U bevindt zich hier: Informatie > Verzorging palmbomen

Verzorging palmbomen

Achtergrondinformatie palmbomen

De Palmenfamilie vormt een bijzondere groep bomen. De meeste bomen op de wereld behoren tot de tweezaadlobbige planten ( zoals eik, linde, iep ) of de naaktzadige planten ( zoals den, spar ). Palmen behoren tot de eenzaadlobbige planten, een groep planten die geen diktegroei kent. Palmen worden op latere leeftijd dan ook niet dikker. Hun maximale dikte bereiken ze al vrij snel achter hun groeipunt.
Een andere bijzonderheid van de palmen is hun monopodiale groeiwijze, dat wil zeggen dat hun stam zich niet vertakt. Bovenop de stam, aan het uiteinde, staan de waaiervormige bladeren en de bloeiwijzen. Het grootste deel van de ongeveer 3500 palmensoorten komt voor in de tropen en de subtropen, met als belangrijkste centra het Amazonegebied en de Indo- Maleisische gebied.

De meest voor de hand liggende indeling van palmbomen is naar het blad. We kunnen dan het onderscheid maken tussen handvormige en veervormige bladeren. Palmen met een handvormig blad worden waaierpalmen genoemd, palmen met een veervormig blad worden vederpalmen genoemd.


Algemene informatie palmbomen

Groei
De bladeren van palmbomen verschijnen uit de kop van de stam. Individuele bladeren verschijnen het hele jaar lang. Verdroogde bladeren kunnen verwijderd worden, dit stimuleert de groei van nieuwe bladeren. Ook als de bladeren lelijk en geel geworden zijn, kunt u ze rustig helemaal wegsnijden. De lengtegroei van de stam is 5 tot 20 centimeter per jaar, afhankelijk van zijn standplaats.


Voedingsbodem
Potaarde heeft meerdere functies te vervullen. Er moet bijvoorbeeld voldoende lucht in zitten en er moet water in worden vastgehouden. Verder moet de grond voldoende voedingsstoffen bevatten en ten slotte moet de palm zich er goed in kunnen verankeren.
Welke grondsoort is nu het meest geschikt voor palmen? In zijn algemeenheid kunnen we stellen dat de meeste palmen liever een lichte dan een zware grondsoort hebben. Dat heeft te maken met het feit dat stagnerende waterafvoer in zandige grond niet vaak voorkomt. Bij uw verkooppunt zijn speciale zakken palmgrond te koop, deze vormen een goede basis met betrekking tot de voedingsbodem. Als u gewone standaard potgrond gebruikt, doet u er goed aan om er 25% klei aan toe te voegen en eventueel 10% rivierzand of brekerzand ( maar geen metselzand ). Hoe krachtiger de palmbladeren zijn (Chamearops humilis en Trachycarpus fortunei ) des te meer behoefte er is aan voedzame aarde.


Plaats
Palmen houden het liefst van een beschutte plaats in de zon/halfschaduw. Te veel warmte gecombineerd met felle zonneschijn kan namelijk tot verbranding van bepaalde delen en uitdroging van de gehele palm leiden.

Bewatering
Palmen in potten en kuipen hebben het natuurlijk moeilijker dan hun soortgenoten in vrije stand. In het vrije veld zakt overtollig regenwater bijvoorbeeld ongehinderd weg naar de ondergrond. De bodem blijft zo gelijkmatig vochtig en de palm staat met de wortels niet in een plas water; in potten en kuipen is dat heel anders. U moet dus maatregelen treffen om problemen te voorkomen. Het gebruiken van potten met gaten eronder in is hierbij erg belangrijk. Stagnerende waterafvoer of teveel water is namelijk altijd schadelijk voor de wortels: er ontstaat zuurstofgebrek, de wortels verstikken en rotten vervolgens weg. Gebrek aan water uit zich in het slap hangen van de bladeren, in bladval of in het geel worden van het blad.

Bij het bewateren van uw boom kunt u het beste een subtropische regenbui na bootsen. Dit betekent eens in de „b 3 dagen rijkelijk water geven. Het liefst regenwater, want de kalk in het kraanwater tast de wortels van de palm aan. Bij droog weer hebben ze vrijwel iedere dag water nodig. Nadat de boom is geplant, gedurende de eerste weken 2-3 x per week rijkelijk bewateren.

Bemesting
Bemesten van u palm doet u met Osmocote balletjes voor groene planten (dit is langzaam afbrekende meststof) of met gedroogde koemestkorrels. Eerste gift in April, de 2e in Juli. Bemest een palm niet teveel, hooguit 1 plastic koffiebekertje voor een kleinere palm en 2-3 plastic koffiebekertjes voor een grote palm.

Ziekten en gebreksverschijnselen

Het groeipunt van een palm is gevoelig voor bacterie- en schimmelaantastingen. Schimmels krijgen een kans als het groeipunt beschadigd raakt. Daarom is beschermen en droog houden van het groeipunt gedurende de winter van belang. Het is aan te raden, uit voorzorg, in Oktober/November en aan het begin van de lente het groeipunt te bespuiten met een middel tegen schimmel, zoals Sulphon of Baycor en Rosacur (verkrijgbaar bij bv Welkoop)Bladeren die tijdens de winter afsterven kunnen in het voorjaar worden verwijderd. Zelfs al bevriezen de bladeren van de palmboom, dan nog hoeft u uw palm niet af te schrijven. Zolang het groeipunt niet beschadigd is, kan een palm weer uitlopen en nieuwe bladeren maken.

De bladeren van palmen kunnen lichtgeel worden, terwijl de bladaanzet langs de stengel wel groen is. Dit verschijnsel is een gevolg van ijzergebrek. Ijzergebrek(chlorose) treedt vooral op als de grond kalkrijk is of een hoge pH(zuurgraad) heeft. Een gift ijzer is dan op zijn plaats. Op gronden die juist lichtzuur tot zuur zijn (lage pH), kan een palm magnesiumgebrek vertonen. Ook in dit geval wordt de bladkleur lichtgroen tot gelig groen. Een bemesting met magnesium is dan nodig.

Snoeien
Dit is alleen nodig wanneer het blad helemaal bruin/geel of lelijk is.

Potten en verpotten
Welk materiaal we ook gebruiken voor een pot of kluit, de waterhuishouding ervan moet altijd goed geregeld zijn. Zorg dus voor afvoergaten in de bodem. De grootte van de pot moet in verhouding staan tot de omvang van de palm. In verband met het omwaaien is het verstandig om palmen die 's zomers buiten staan in stevige onbreekbare potten van bijvoorbeeld hout te zetten. Palmen hoeven pas verpot te worden als de wortels de pot bij wijze van spreken uit elkaar dreigen te drukken. Vaak is dit om de vier a vijf jaar. De nieuwe pot mag maar iets groter zijn dan de oude. Zetten we de palm plotseling in een hele grote pot, dan kunnen de palmwortels de nieuwe grond niet snel genoeg ‘in bezit nemen'. Deze blijft dan te nat en wordt bovendien heel ongelijkmatig doorworteld. Dit heeft allerlei ziekten en plagen tot gevolg. Het is ook mogelijk u palm in dezelfde pot terug te zetten. U snijdt dan ongeveer 1/5 deel onderaan de wortels in schijven weg. Voor het verplanten van palmbomen heeft palmexpert een hoogwaardige potgrond (palmboomsubstraat) ontwikkeld, welke uitermate geschikt is om te gebruiken van het planten van palmbomen en exoten in de volle grond of in plantenbak.

Het verpotten van de palmen gebeurt in het voorjaar (eind april, begin mei), zodat de wortels gedurende de zomer weer aan kunnen groeien. Het is erg belangrijk dat u de palm na het verpotten een paar weken rust en bescherming tegen zon en wind geeft. Verplanten betekent namelijk altijd een aanslag op de gezondheid en vitaliteit van een plant. U doet er tevens goed aan om hem rijkelijk te bewateren en regelmatig te benevelen.

Winter
De palmen die wij importeren zijn stuk voor stuk geschikt voor het Nederlandse klimaat en zijn dan ook behoorlijk kouderesistent. Dit betekent dat ze allemaal temperaturen rond het vriespunt overleven. Voorwaarde is dan wel dat de palm goed droog moet staan en de vorst natuurlijk niet te lang aan moet houden. Het is aan te bevelen om uw palm van eind oktober tot half april op een koele droge plek met voldoende licht te plaatsen, of de palm bij een langdurige vorstperiode van -6 C of kouder in te pakken met bijvoorbeeld een lichtslang, vliesdoek, jute, oude lakens, dennentakken of rietmatten.